Sla navigatie over

Home Oefeningen voor thuis - Blauwe groep

Oefeningen voor thuis - Blauwe groep

Tijdens de zomervakantie is het belangrijk om regelmatig te blijven oefenen. Korte, gerichte herhaling helpt om de zwemtechniek te onderhouden en de overgang naar de volgende groep voor te bereiden.

Enkele tips

  • Techniek is belangrijker dan snelheid.
  • Oefen in korte, rustige momenten.
  • Blijf steeds aan het wateroppervlak.
  • Stop wanneer de houding wegvalt.

Oefeningen - Blauwe groep

1. Rug in een pijl

Laat je kind op de rug liggen in het water met de armen gestrekt naast de oren.

Waarom?
Dit is de basis om goed rugslag te leren.

Waar let je op?

  • Benen blijven recht.
  • Knieën niet plooien.
  • Benen blijven boven water.
  • Buik blijft omhoog.

2. Zwemmen op de buik

Laat je kind op de buik zwemmen met het gezicht in het water.

Waarom?
Dit is nodig om later crawl te leren.

Waar let je op?

  • Lichaam blijft recht.
  • Benen hangen niet naar beneden.
  • Blijven bewegen aan het wateroppervlak.

3. Ringen opduiken

Laat je kind onder water ringen of voorwerpen opduiken.

Waarom?
Zo leert je kind langer onder water blijven.

Waar let je op?

  • Niet vanaf de kant springen.
  • Rustig naar beneden gaan.
  • Recht naar de bodem gaan.

4. Duiken

Laat je kind een eenvoudige duik maken in het water.

Waarom?
Dit is een basis om later de wedstrijd-duik te leren.

Waar let je op?

  • Benen blijven samen.
  • Lichaam blijft lang in het water.
  • Niet plat op de buik vallen.

5. Armwissel op de rug met timing

Laat je kind op de rug zwemmen en om de 3 of 5 tellen van arm wisselen. De benen blijven bewegen.

Waarom?
Zo leert je kind om zijn / haar armen samen te wisselen. 

Waar let je op?

  • Armen wisselen samen.
  • Armen blijven lang gestrekt.
  • Benen blijven bewegen.

6. Armbeweging met hulp boven het water

Houd een noodle of hulpmiddel boven je kind. Je kind probeert dit telkens met de hand aan te tikken tijdens het zwemmen.

Waarom?
Zo leert je kind grote armbewegingen maken.

Waar let je op?

  • Hulpmiddel blijft hoog genoeg.
  • Armen worden helemaal gestrekt.
  • Geen korte bewegingen.

7. Zwemmen op de rug met plank

Laat je kind op de rug zwemmen met een plank in de handen. De armen blijven gestrekt of licht gebogen en houden de plank vast boven het water.

Waarom?
Zo kan je kind zich beter focussen op de benen en leert het lichaam goed blijven liggen in het water.

Waar let je op?

  • Plank blijft boven het water.
  • Armen blijven gestrekt of licht gebogen.
  • Benen blijven rustig bewegen.
  • Lichaam blijft stabiel in het water.

Print Naar top