Home › Oefeningen voor thuis - Witte groep
Oefeningen voor thuis - Witte groep
Tijdens de zomervakantie is het belangrijk om regelmatig te blijven oefenen. Zelfs een kwartiertje oefenen tijdens een bezoek aan het zwembad helpt je kind om de aangeleerde technieken te behouden. Hieronder vind je enkele eenvoudige oefeningen die thuis of tijdens een zwembeurt kunnen worden uitgevoerd.
Enkele tips
- Oefen liever regelmatig kort dan één keer lang.
- Maak er een leuke activiteit van en geef veel complimentjes.
- Een goede uitvoering is belangrijker dan snelheid.
Oefeningen - Witte groep
1. Op de rug trappelen met gestrekte armen
Laat je kind op de rug drijven. Beide armen blijven gestrekt naast de oren, alsof het lichaam één lange rechte lijn vormt. Laat het kind vervolgens kleine, snelle trapbewegingen maken met de benen.
Waarom?
Zo leert je kind een goede houding op de rug en worden de beenspieren sterker.
Waar let je op?
- De armen blijven de hele tijd naast de oren.
- De benen blijven bijna helemaal gestrekt.
- De trapbeweging komt vanuit de heupen, niet vanuit de knieën.
- Het hoofd blijft rustig liggen en kijkt naar boven.
- De heupen en benen blijven zoveel mogelijk aan het wateroppervlak.
2. De armbeweging van rugslag
Oefen deze beweging eerst gewoon op het droge. Eén arm staat gestrekt naast het oor, de andere hangt langs het lichaam. Wissel rustig van arm: de arm bovenaan gaat opzij naar beneden terwijl de andere langs voor omhoog komt. Tijdens de beweging naar boven draait de hand zodat de pink als eerste in het water komt.
Waarom?
Zo leert je kind de juiste armbeweging van de rugslag.
Waar let je op?
- De armen blijven gestrekt.
- Beide armen wisselen samen.
- Rustig draaien.
3. Eén keer wisselen tijdens het zwemmen
Laat je kind op de rug zwemmen met één arm naast het oor en één arm langs het lichaam. Ongeveer halverwege het bad wisselen beide armen samen van plaats.
Waarom?
Zo leert je kind de armwissel goed uit te voeren.
Waar let je op?
- De benen blijven de hele tijd trappelen.
- Beide armen wisselen samen.
- De armen blijven mooi gestrekt.
4. Meerdere keren wisselen van arm
Laat je kind op de rug zwemmen en ongeveer om de vijf tellen van arm wisselen.
Waarom?
Om de arm- en beenbeweging op elkaar af te stemmen.
Waar let je op?
- De benen blijven bewegen.
- Beide armen wisselen samen.
- Stop niet met trappelen tijdens het wisselen.
5. Volledige rugslag zwemmen
Laat je kind rugslag zwemmen waarbij de armen elkaar continu afwisselen terwijl de benen blijven trappelen.
Waarom?
Zo oefent je kind de volledige rugslag.
Waar let je op?
- Blijf rustig zwemmen.
- De benen blijven de hele tijd trappelen.
- Maak grote, gestrekte armbewegingen.
6. Beenbeweging oefenen op de badrand
Laat je kind op de badrand zitten en zet de armen zover mogelijk achteruit zodat de heup zo weinig mogelijk geplooid is. Strek de benen en oefen vervolgens dezelfde kleine trapbeweging als bij de rugslag.
Waarom?
Zo leert je kind de juiste beenbeweging zonder te moeten drijven.
Waar let je op?
- De benen blijven bijna helemaal gestrekt.
- De beweging komt vanuit de heupen, niet vanuit de knieën.
- Het lichaam blijft mooi recht.
7. Draaien van rug naar buik/buik naar rug (kip-aan-spit)
Laat je kind met beide armen gestrekt in een pijl naast de oren op de rug drijven. Vervolgens draait het rustig van de rug naar de buik (of andersom), zonder de armen los te maken.
Waarom?
Zo leert je kind zijn of haar lichaam beter onder controle te houden in het water.
Waar let je op?
- De armen blijven gestrekt.
- Het hoofd blijft tussen de armen.
- Het hele lichaam draait tegelijk.
- Gebruik de benen om de draai te helpen maken.
8. Mooi plat op het water liggen
Laat je kind op de rug drijven en rustig met de benen trappelen. Je kunt eventueel een klein plankje op de buik of heupen leggen om te controleren of het lichaam mooi vlak ligt.
Waarom?
Een goede houding op het water maakt zwemmen veel gemakkelijker.
Waar let je op?
- Het lichaam blijft zo recht mogelijk.
- De heupen zakken niet weg.
- De benen blijven gestrekt.
- Het hoofd kijkt naar boven.
9. Vertrouwd worden met diep water
Laat je kind een korte afstand zwemmen in het diepe deel van het zwembad en daarna zelfstandig uit het water klimmen. Komt er water in de ogen? Moedig je kind aan om rustig verder te zwemmen en het water uit de ogen te knipperen.
Waarom?
Zo leert je kind rustig te blijven en krijgt het meer vertrouwen in diep water.
Waar let je op?
- Blijf altijd rustig.
- Kijk waar je naartoe zwemt.
- Gebruik zowel armen als benen.
- Wrijf niet in de ogen tijdens het zwemmen.